Welcome to Incert

Choose your language

De FAQ raadplegen

Enkel de producten en de bedrijven die ze inbouwen, die naar behoren gecertificeerd zijn, mogen het INCERT-merk gebruiken. Voor de inbouwbedrijven vloeit de toelating tot het gebruik van het INCERT-merk uit een conformiteitcertificatie van deze met “Het reglement voor de certificatie van inbouwbedrijven van beveiligingssystemen op mobiele objecten” en het uitvoeren van installaties in overeenstemming met de “Montagevoorschriften voor inbouwbedrijven van beveiligingssystemen op mobiele objecten T 022” die uitgegeven worden door het Belgisch Elektrotechnisch Comité (BEC). Voor de producten vloeit de toelating tot het gebruik van het INCERT-merk uit een conformiteitcertificatie van deze met de “Voorschriften voor de installaties voor de beveiliging van mobiele objecten tegen diefstal T 021A en T 021B en T021C en T021D” die uitgegeven worden door het Belgisch Elektrotechnisch Comité (BEC)

1 Wat moet de consument weten wanneer zijn verzekeraar bepaalde eisen stelt in het kader van een diefstalverzekering ?

Bij de acceptatie van de waarborg diefstal in een autoverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar bepaalde eisen stellen met betrekking tot de diefstalbeveiliging van het te verzekeren voertuig. Het is dan ook belangrijk bij de verzekeringsonderneming of via de verzekeringstussenpersoon te informeren, of na te lezen in de bijzondere voorwaarden van het contract, welke deze vereisten zijn. Het niet naleven van deze eisen kan de nietigheid van de dekking tot gevolg hebben. Dat betekent dat bij diefstal het voertuig niet verzekerd is en de eigenaar niet vergoed wordt, zelfs indien hij de premie betaald heeft.

Vandaar het belang om bij het onderschrijven van een dergelijk contract voor dit aspect aandachtig te zijn. 

2 Wat kan de verzekeraar eisen ?

Iedere verzekeringsonderneming bepaalt vrij haar acceptatiepolitiek. Dit betekent dat de eventuele eisen zullen verschillen naargelang de verzekeraar. Deze eisen kunnen ook afhangen van bepaalde situaties (waarde van het te verzekeren voertuig, merk of type van het voertuig, aanwezigheid van een garage, woonplaats, …).

De belangrijkste van die eisen is het plaatsen, door een gecertificeerd INCERT inbouwbedrijf (zie lijsten), van een beveiligingssysteem. Autodiefstal is praktisch onverzekerbaar geworden zonder dergelijke ingreep. De markt biedt alle mogelijke beveiligingssystemen aan om autodiefstal te ontmoedigen.

Om de communicatie tussen alle betrokken partijen in dit domein, zijnde de consument, de verzekeraar en het inbouwbedrijf, efficiënt te laten verlopen werd een certificatieprocedure uitgewerkt teneinde wegwijs te geraken in het ruime marktaanbod. Die certificering verloopt op basis van technische specificaties die ervoor moeten zorgen dat de wagen uitgerust wordt met een betrouwbaar beveiligingsysteem. Die technische specificaties houden uiteraard rekening met de technologische evolutie. Zo zijn er gaandeweg verschillende gecertificeerde systemen tot stand gekomen, met hun eigen kenmerken en doelstellingen.

De INCERT gecertificeerde beveiligingssystemen omvatten verschillende types, die tot twee hoofdgroepen behoren: antidiefstalsystemen en nadiefstalsystemen. Antidiefstalsystemen zijn er op gericht autodiefstal te beletten of althans te ontmoedigen. Nadiefstalsystemen dienen om het gebruik van een gestolen wagen te bemoeilijken of om dit voertuig te lokaliseren. Beide soorten vullen elkaar aan, zeker in het geval een dief al dan niet met geweld de sleutels in handen krijgt.

De lijsten van de door INCERT gecertificeerde systemen zijn raadpleegbaar op deze site onder de rubriek “Lijsten” en de technische specificaties zijn mits betaling te bekomen via de rubriek “Technische nota’s”. 

3 Wat zijn antidiefstalsystemen ?

Indien een verzekeraar, die een diefstalrisico moet dekken, een beveiligingsinstallatie eist met één van de volgende benamingen IM, IA of AL (zie verder voor uitleg over deze codificatie), dan betekent dit dat hij de plaatsing van een systeem oplegt om te proberen te verhinderen dat een dief met de wagen kan wegrijden (vandaar anti diefstal). 

Met IM, IA of AL bedoelt men niet dat zomaar eender welk antidiefstalsysteem kan geplaatst worden. IM, IA of AL verwijst naar systemen die gecertificeerd zijn op basis van criteria die terug te vinden zijn in de technische specificaties met de gelijknamige benamingen IM, IA of AL.

Immobilisatiesystemen (IM)

“IM” staat dus voor immobilisatie en is een systeem dat het starten van de wagen belet. Deze immobilisatie treedt automatisch in werking (passif arming) nadat de motor van het voertuig stilgezet wordt.

Twee verschillende startonderbrekers (neutralisering van de starter, onderbreking van de ontsteking, onderbreking van de brandstoftoevoer, …) zorgen daarvoor.

Sinds 1998 moeten alle nieuwe voertuigen die in een Europese lidstaat verkocht worden, voorzien zijn van een origineel in de fabriek gemonteerd immobilisatiesysteem.

Een dergelijk systeem is daarom nog geen gecertificeerd IM-systeem, daarvoor moet het ook nog op de lijsten van de door INCERT gecertificeerde systemen staan. Met andere woorden, de eisen gesteld in deze technische specificaties liggen nog hoger dan die van de Europese overheid. Het gaat hem immers om eisen inzake verzekerbaarheid, afhankelijk van het type voertuig. Indien een verzekeraar een IM eist mag men er dus niet van uit gaan dat een origineel gemonteerd systeem tegemoet komt aan de eis. Men moet nagaan of het systeem een IM certificeringnummer heeft. Meer technische uitleg over het systeem vindt men terug in de technische specificatie IM.

De immobilisatiesystemen worden gekenmerkt met de letters IM waarbij 3 lijsten van gecertificeerde systemen bestaan, te weten :

a.IM voor personenwagens (gelijkgesteld met de vroegere VV1 van Assuralia)

b.IM voor bedrijfsvoertuigen met onderscheid tussen :

  • IM1 : waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 5 minuten (gelijkgesteld met vroegere VC1 van Assuralia)
  • IM2 : waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 15 minuten (nieuw)

c.IM voor tweewielers (nieuw).

Alarmsystemen (AL)

„AL” staat voor alarm en is een systeem dat gebruik maakt van een sirene waardoor een akoestisch signaal afgaat bij detectie van een inbraak. Deze detectie gebeurt via de beveiliging van alle deuropeningen, koffer of motorkap (dit wordt de perimetrische detectie genoemd) en bij waarneming van een volumeverandering binnen in het voertuig (volumetrische detectie). Een „AL” belet dus het starten van de motor NIET en is dus geen echt antidiefstalsysteem. Dit systeem dient dus om reeds bestaande startonderbrekers (origineel gemonteerde of IM) op te krikken naar een volwaardig antidiefstalsysteem.

Meer technische uitleg over het systeem vindt men terug in de technische specificatie AL.

De alarmsystemen worden gekenmerkt met de letters AL waarbij 4 lijsten van gecertificeerde systemen bestaan, te weten :

a.AL voor personenwagens met onderscheid tussen :

  • AL1 : zonder automatische bewapening noch herbewapening (nieuw)
  • AL2 : met automatische bewapening en herbewapening (vroegere VV3 van Assuralia)


b.AL voor bedrijsvoertuigen (nieuw) met onderscheid tussen :

  • AL1 : zonder automatische bewapening noch herbewapening
  • AL2 : met automatische bewapening en herbewapening

c.AL voor trailers (nieuw) met onderscheid tussen :

  • AL1 : zonder automatische bewapening noch herbewapening
  • AL2 : met automatische bewapening en herbewapening

d.AL voor tweewielers (nieuw) met onderscheid tussen :

  • AL1 : zonder automatische bewapening noch herbewapening
  • AL2 : met automatische bewapening en herbewapening

Immobilisatie + Alarm (IA)

Wanneer het immobilisatiesysteem (IM) gekoppeld wordt aan een gecertificeerd alarmsysteem (AL) dan wordt het geheel van systeem gekenmerkt door de letters IA (immobilisatie + alarm) waarbij ook 3 lijsten van gecertificeerde systemen bestaan, te weten :

a.IA voor personenwagens met onderscheid tussen :

  • IA1 : met automatische bewapening inzake immobilisatie maar zonder inzake alarm (nieuw)
  • IA2 : met automatische bewapening voor beide functionaliteiten en herbewapening inzake alarm (vroegere VV2 van Assuralia)

b.IA voor bedrijfsvoertuigen (nieuw) met onderscheid tussen :

  • IA1 : met automatische bewapening inzake immobilisatie en waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 5 minuten maar zonder automatische bewapening inzake alarm
  • IA2 : met automatische bewapening voor beide functionaliteiten, en waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 5 minuten op de immobilisatie en met herbewapening inzake alarm
  • IA3 : met automatische bewapening inzake immobilisatie en waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 15 minuten maar zonder automatische bewapening inzake alarm
  • IA4 : met automatische bewapening voor beide functionaliteiten, en waarbij het systeem een test heeft doorstaan inzake aanvalsbestendigheid gedurende 15 minuten op de immobilisatie en met herbewapening inzake alarm

c.IA voor tweewielers (nieuw) met onderscheid tussen :

  • IA1 : met automatische bewapening inzake immobilisatie maar zonder inzake alarm
  • IA2 : met automatische bewapening voor beide functionaliteiten en met herbewapening inzake alarm

4 Wat zijn nadiefstalsystemen ?

Indien een verzekeraar een AT of TT systeem eist dan bedoelt hij een systeem dat erop gericht is te verhinderen dat een reeds gestolen voertuig verdwijnt. Dit geldt als de dief het voertuig heeft kunnen stelen, ondanks de eventuele aanwezigheid van een antidiefstalsysteem, door het gebruik van de autosleutels. Naargelang de manier waarop de dief in het bezit is geraakt van die sleutels spreekt men van carjacking (geweld op de autobestuurder), homejacking (geweld op de eigenaar bij hem thuis) en modus operandi garage (diefstal van de sleutels in het huis van de eigenaar zonder gebruik van geweld).

Met AT en TT wordt bedoeld dat men niet eender welk nadiefstalsysteem kan plaatsen. Men verwijst hier naar door INCERT gecertificeerde systemen op basis van criteria die terug te vinden zijn in de technische specificaties met de gelijknamige benamingen AT et TT.

Vertragingsysteem (AT)

“AT” staat voor After Theft systeem dat moet beletten dat de dief ongehinderd met het voertuig kan verder rijden. Om dit te bekomen wordt de snelheid beperkt tot 10 à 30 km/uur en gaan externe signalisaties (akoestische en optische signalen) in werking treden om zo de niet toegelaten bestuurder te ontmoedigen om verder te rijden. Op geen enkel ogenblik wordt het voertuig met draaiende motor stilgelegd teneinde de veiligheid van de weggebruikers niet in het gedrang te brengen. Pas wanneer de motor tussen 30 en 60 seconden is stilgelegd kan het voertuig niet meer herstarten.

Dit nadiefstalsysteem wordt gekenmerkt door de letters AT waarbij 3 lijsten van gecertificeerde systemen bestaan, te weten :

a.AT voor personenwagens met onderscheid tussen :

  • AT1 : waarbij het voertuig verhinderd wordt te herstarten nadat de motor volledig werd afgezet (nieuw)
  • AT2 : waarbij de snelheid van het voertuig verminderd wordt en het herstarten onmogelijk gemaakt wordt nadat de motor volledig werd afgezet (vroegere CJ1 van Assuralia)

b.AT voor bedrijfsvoertuigen waarbij het voertuig verhinderd wordt te herstarten nadat de motor volledig werd afgezet (nieuw)

c.AT voor tweewielers waarbij het voertuig verhinderd wordt te herstarten nadat de motor volledig werd afgezet (nieuw)

Voertuigvolgsystemen (TT)

“TT” staat voor Tracing & Tracking en is een systeem dat voorzien is van de nodige communicatiemiddelen om een gestolen voertuig te positioneren en te volgen.
Meestal wordt hiervoor gebruik gemaakt van satellieten (GPS) om de plaats te bepalen en van GSM om de informatie door te sturen naar een meldkamer. De communicatiecentrale, die een wettelijke erkenning moet bezitten (wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen), volgt dit op.

Er zijn twee soorten systemen :

  • Een „stand alone” (of autonoom) systeem : hiermee wordt het systeem automatisch ingeschakeld indien het voertuig wordt verplaatst met uitgeschakelde motor (bijvoorbeeld door een wegsleepdetectie of via positiebepaling) of door de meldkamer nadat de eigenaar alarm heeft geslagen.
  • Een geïntegreerd systeem wordt, naast de functionaliteiten van een autonoom systeem, eveneens automatisch ingeschakeld wanneer het voertuig start zonder dat de juiste uitschakelprocedure is gevolgd (via een bestuurdersherkenning) of wanneer een bestaand beveiligingssysteem er aan gekoppeld wordt dat een alarmsignaal afgeeft (inbraakdetectie, IM, AL, hellingdetectie, …).

Bij ieder voormeld soort systeem (autonoom of geïntegreerd) kan een bijkomende functie worden voorzien waarbij het herstarten van het voertuig nadat de motor minstens 30 seconden stilligt onmogelijk gemaakt wordt (zoals bij een AT systeem).

Bij TT systemen moeten de meldkamers die instaan voor de communicatie en de positiebepaling beschikken over de vereiste wettelijke erkenningen inzake Tracking & Tracing. Zo mag bijvoorbeeld geen plaatsbepaling van een gestolen voertuig worden doorgespeeld aan de eigenaar van dat voertuig. Enkel de politiediensten mogen deze informatie ontvangen met het oog op een tussenkomst.
Een tussenkomst van de meldkamer om in te grijpen op het motorregime van het voertuig mag ook enkel gebeuren op politiebevel.

De voertuigvolgsystemen worden gekenmerkt door de letters TT waarbij 4 lijsten van gecertificeerde systemen bestaan, te weten :

a.TT voor personenwagens met onderscheid tussen :

  • TT1 : systeem zonder bestuurdersherkenning en zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0 –autonoom van Assuralia)
  • TT2 : systeem met bestuurdersherkenning maar zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0-geïntegreerd van Assuralia)
  • TT3 : systeem zonder bestuurdersherkenning maar met verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ2-autonoom van Assuralia)
  • TT4 : systeem met bestuurdersherkenning en met verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ2-geïntegreerd van Assuralia)
  • TT5 : een voertuigvolgsysteem van het type TT4 zoals hierboven beschreven met daaraan gekoppeld een nadiefstalsysteem van het type AT2 (zie Nadiefstalsystemen) (vroegere CJ2-geïntegreerd gekoppeld met een CJ1 van Assuralia)

b.TT voor bedrijfsvoertuigen met onderscheid tussen :

  • TT1 : systeem zonder bestuurdersherkenning en zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0 –autonoom van Assuralia)
  • TT2 : systeem met bestuurdersherkenning maar zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0-geïntegreerd van Assuralia)
  • TT3 : systeem zonder bestuurdersherkenning maar met verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ2-autonoom van Assuralia)
  • TT4 : systeem met bestuurdersherkenning en met verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ2-geïntegreerd van Assuralia)

c.TT voor trailers met onderscheid tussen :

  • TT1 : systeem zonder bestuurdersherkenning en uiteraard, gezien de aard van het voertuig, zonder verhindering van herstarten (vroegere CJ0 –autonoom van Assuralia)
  • TT2 : systeem met bestuurdersherkenning en uiteraard, gezien de aard van het voertuig, zonder verhindering van herstarten (vroegere CJ0-geïntegreerd van Assuralia)

d.TT voor tweewielers met onderscheid tussen :

  • TT1 : systeem zonder bestuurdersherkenning en zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0 –autonoom van Assuralia)
  • TT2 : systeem met bestuurdersherkenning maar zonder verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ0-geïntegreerd van Assuralia)
  • TT3 : systeem zonder bestuurdersherkenning maar met verhindering van herstarten van het voertuig (vroegere CJ2-autonoom van Assuralia)
  • TT4 : systeem met bestuurdersherkenning en met verhindering van herstarten van het voertuig(vroegere CJ2-geïntegreerd van Assuralia)

5 Zijn de nieuwe systemen analoog aan de systemen van vroeger (Assuralia) ?

Alle vroegere systemen erkend door Assuralia vindt men terug in de nieuwe codificatie. Er zijn echter in de nieuwe voorstelling bepaalde functionaliteiten toegevoegd die vroeger door de verzekeraars niet gevraagd werden.

Om een zekere vergelijking mogelijk te maken vindt men hieronder een conversietabel :

Vroegere codificatie Assuralia

Nieuwe codificatie

 

 

VV1

IM

VC1

IM1

VV2

IA2

VV3

AL2

CJ1

AT2

CJ0-autonoom

TT1

CJ0-geïntegreerd

TT2

CJ2-autonoom

TT3

CJ2-geïntegreerd

TT4

De volgende systemen bestonden dus vroeger niet : IM2 en IM voor tweewielers, AL1 en AL2 voor bedrijfsvoertuigen, trailers en tweewielers, IA1, IA2 voor bedrijfsvoertuigen en tweewielers, IA3 en IA4, AT1 en AT voor bedrijfsvoertuigen en tweewielers.

Voor de bestelling van de nieuwe technische specificaties dient rekening te worden gehouden met de nieuwe benamingen van deze specificaties : 

Nieuwe codificatie van de systemen

Benaming van de technische specificaties

 

 

IM

T 021A

IA

T 021A + T 021B

AL

T 021B

AT

T 021C

TT

T 021D

6 Wat te doen wanneer een verzekeraar een gecertificeerd INCERT systeem eist ?

Wanneer een verzekeraar een gecertificeerd anti- of nadiefstalsysteem eist in het kader van een diefstalwaarborg, dan verwacht hij ook de effectieve plaatsing ervan op het betreffende voertuig. Dit betekent dat de eigenaar de vraag krijgt om het bewijs daarvan te leveren. Deze vraag kan de verzekeraar zowel stellen bij de afsluiting van de verzekeringsovereenkomst als op het ogenblik van de diefstal zelf. Om dit vlot te laten verlopen bestaat er een certificatieprocedure voor de systemen maar ook voor de betrokken inbouwbedrijven.

Keuze van het systeem

Op basis van de lijst van de gecertificeerde systemen en naargelang het gevraagde systeem (IM, AL, IA, AT, TT) kan men het merk kiezen dat men wenst te plaatsen. Of het gekozen systeem nog een geldige erkenning bezit moet men nagaan in de lijst.

Keuze van het inbouwbedrijf

Om een gecertificeerd inbouwbedrijf te vinden kan de consument op twee manieren te werk gaan. Ofwel gaat men de lijst van de gecertificeerde inbouwbedrijven raadplegen die opgesteld is per postcode zodat kan gezocht worden naar een inbouwbedrijf dicht in de buurt. In dat geval kan het gekozen inbouwbedrijf informatie geven over de verschillende merken die hij kan plaatsen.

Ofwel gaat men op basis van de eventueel zelf gemaakte keuze over een bepaald merk van systeem contact opnemen met de verdeler van dat merk (zie lijst met adressen en telefoonnummers van de distributeurs gevoegd bij de lijst van de gecertificeerde systemen). Deze verdeler kan een gecertificeerd inbouwbedrijf aanwijzen die zich het dichtst bij de woonplaats van de eigenaar van het voertuig bevindt.

Aan dit inbouwbedrijf moet duidelijk worden gemeld welke eisen de verzekeraar heeft gesteld in de acceptatievoorwaarden (IM, AL, IA, AT, TT).
Zo is men zeker dat men een gecertificeerd systeem zal plaatsen conform de vraag van de verzekeraar. Er moet eveneens duidelijk worden vermeld welke specificatie het systeem moet bezitten (IM1 of IM2, IA1 of IA2, …).

Een gecertificeerde installatie moet dus beantwoorden aan twee criteria: er moet gebruik gemaakt worden van gecertificeerde systemen en het systeem moet geplaatst worden door gecertificeerde inbouwbedrijven. Enkel die inbouwbedrijven zijn gemachtigd om na installatie van een gecertificeerd systeem een certificaat van overeenkomstigheid af te leveren.
Dit certificaat is noodzakelijk om aan de verzekeraar te kunnen aantonen dat het gevraagde geplaatst geweest is (bij afsluiting van het contract of bij voorval van een diefstal). Het is dus uitermate belangrijk dat men in het bezit is van dit certificaat dat overeen moet komen met de eis van de verzekeraar om zekerheid te hebben over de geldigheid van de verzekeringsdekking.
Om dekking te verlenen zal de verzekeraar dit attest vergelijken met de lijst van de gecertificeerde systemen om na te gaan of aan het gevraagde is voldaan.

Controle van de installatie

Een controleorganisme, in opdracht van een certificeringorganisme, staat in voor het nagaan van de conformiteit van de systemen op basis van de verschillende technische specificaties, alsook voor de controles van de uitgevoerde installaties. Dit laatste gebeurt teekproefsgewijs op basis van de door de inbouwbedrijven afgeleverde certificaten. Dit betekent dat de eigenaar van een voertuig waarop een installatie is uitgevoerd kan worden uitgenodigd om een afspraak te maken om een gratis controle uit te voeren
van de installatie. Hierdoor wordt de kwaliteit van het werk van het inbouwbedrijf getoetst en krijgt de eigenaar van dat voertuig zekerheid dat het geplaatste systeem behoorlijk functioneert. 

7 Hoe dient de lijst van gecertificeerde systemen te worden begrepen ?

De gecertificeerde systemen zelf

Ieder gecertificeerd systeem krijgt een eenduidig nummer dat het systeem herkenbaar maakt door het gebruik van de benamingen van de verschillende systemen (IM, AL, …).
De lijst vermeldt verder de commerciële benaming van het systeem, de houder van het erkenningcertificaat met verwijzing naar de verdeler in België indien deze niet dezelfde is als de houder.
Tot slot staat op de lijst de aanvangsdatum en de eventuele einddatum van de certificering met of zonder sterretje. Zonder sterretje betekent dat de certificering werd ingetrokken omdat tijdens een controle is gebleken dat het systeem niet meer conform de technische specificaties is. Met sterretje betekent dat de certificering werd stopgezet omdat de houder van het certificaat geen verlenging heeft aangevraagd.
Iedere certificering wordt gegeven voor een periode van drie jaar. Daarna is de houder vrij om al dan niet een verlenging van de certificering aan te vragen. Het onderscheid in de manier waarop de certificering is beëindigd is belangrijk om te weten of een niet conform systeem op de markt verkocht wordt.

De Belgische verdelers van erkende systemen

Naast de lijst van de gecertificeerde systemen vindt men ook een lijst van de Belgische verdelers van deze systemen. Men kan zich tot die verdelers wenden om de informatie te bekomen over een gecertificeerd inbouwbedrijf (met het oog op een plaatsing) of indien men problemen ondervindt met een geplaatst systeem (dienst na verkoop).

De origineel gemonteerde systemen

Verder vindt men de lijst van de origineel gemonteerde systemen. Dit zijn systemen die oorspronkelijk door de constructeur van het voertuig volledig in de fabriek worden ingebouwd.

De meldkamers

Een laatste lijst betreft de gegevens over de meldkamers die bij de certificering horen van TT systemen. Voor meer informatie hierover kan men terecht in de rubriek “sector Meldkamers” 

8 Hoe kan een systeem gecertificeerd worden ?

Wanneer men een systeem wil laten certificeren dan raadpleegt men :

  • het reglement inzake certificering van beveiligingsystemen voor mobiele objecten dat terug te vinden is in de rubriek “Reglementen”.
  • de lijst van de Certificatie-instellingen en contacteert men een organisme naar keuze indien verschillende voor handen zijn. De Certificatie-instelling zal alle nodige documentatie overhandigen met de informatie die nodig is om de certificeringprocedure te volgen. Deze instelling zal eveneens een lijst overmaken van de controleorganen (laboratoria) waar de nodige proeven en testen zullen uitgevoerd worden op het systeem. Pas nadat het rapport van het laboratorium aangeeft dat het systeem conform is met de technische specificaties zal het systeem kunnen gecertificeerd worden. De technische specificaties kunnen via deze website tegen betaling bekomen worden via de rubriek “Technische nota’s”.

9 Hoe kan een inbouwbedrijf gecertificeerd worden ?

Wanneer een inbouwbedrijf zich INCERT wil laten certificeren dan raadpleegt men :

  • het reglement inzake certificering van inbouwbedrijven van beveiligingsystemen voor mobiele objecten dat terug te vinden is in de rubriek “Reglementen”1.
  • de lijst van de Certificatie-instellingen2 en contacteert men een organisme naar keuze indien verschillende voor handen zijn. De Certificatie-instelling zal alle nodige documentatie overhandigen met de informatie die nodig is om de certificeringprocedure te volgen. Een controleorgaan, aangeduid door de Certificatie-instelling, zal nagaan in hoeverre het inbouwbedrijf in orde is met het reglement enerzijds en zal een installatie keuren om na te zien of conform gewerkt werd met de eisen gesteld in de technische specificaties inzake montagevoorschriften. Deze specificaties zijn mits betaling te bekomen via de rubriek “Technische nota’s”3. Pas nadat het rapport van de controleur aangeeft dat het inbouwbedrijf conform de technische specificaties en het reglement is, zal het inbouwbedrijf kunnen gecertificeerd worden.

10 Hoe kan een meldkamer gecertificeerd worden ?

Hiervoor wordt verwezen naar de informatie die terug te vinden is in de sector meldkamers.

11 Hoe wordt een bestaande Assuralia erkenning omgezet naar een INCERT certificatie ?

11.1. Inzake erkende systemen

De bestaande Assuralia erkenningen, die een geldigheidsduur kennen van drie jaar, blijven normaal verder lopen tot de datum einde erkenning, datum waarop geen verlenging meer mogelijk is. Wie verder een certificering wenst voor het product dat op de lijst van Assuralia komt te vervallen, dient een aanvraag te doen volgens de nieuwe procedure binnen INCERT zoals beschreven in punt 8 (hoe kan een systeem gecertificeerd worden ?). Wie het wenst moet trouwens niet wachten tot afloop van de erkenning Assuralia om een aanvraag te doen binnen de INCERT-procedure. In dat geval zal het product zowel op de lijst van Assuralia als op de lijst van INCERT komen te staan. Beide lijsten zijn op deze website raadpleegbaar.

In beide gevallen, wordt een aanvraag tot certificering bij INCERT aanzien als een verlenging van de Assuralia erkenning. Dit betekent dat de testen die moeten worden uitgevoerd op het product beperkt blijven tot een controle op de functionaliteiten en op de fraudabiliteit. Uiteraard dienen wel alle nieuwe regels met betrekking tot INCERT en de certificatie-instelling te worden nageleefd.

11.2. Inzake erkende inbouwbedrijven

Het beheer van de erkenningen van installateurs werd door Assuralia toevertrouwd aan ANPI. Deze erkenning is niet beperkt in de tijd, maar zal in de loop van de tijd nutteloos worden. Elke erkenning gaat samen met het installeren van producten die erkend zijn door Assuralia. Aangezien de door Assuralia erkende producten op het einde van hun erkenning niet kunnen worden verlengd (zie punt 11.1 hierboven), zal de installateur binnen drie jaar geen producten meer kunnen plaatsen onder de erkenning van Assuralia bij gebrek aan erkende producten. Zolang er dus nog producten op de lijst van Assuralia staan, kan de installateur nog attesten afleveren voor ieder installatie uitgevoerd onder een Assuralia erkenning.

Indien een installateur de overstap wenst te doen naar een INCERT certificatie dan dient hij de procedure te volgen zoals uitgelegd in punt 9 (Hoe kan een inbouwbedrijf gecertificeerd worden). De certificeringregels zullen echter voor bestaande Assuralia erkende installateurs beperkt worden tot de administratieve audit. Er zal dus geen examen afgenomen worden zoals voorzien voor nieuwe installateurs, noch een controle op een installatie worden verricht. Men gaat er van uit dat bestaande installateurs genoeg ervaring hebben opgedaan om binnen het kader van INCERT te kunnen functioneren. Nadat de administratieve audit een positief rapport opbrengt en op voorwaarde dat binnen de erkenning Assuralia geen hangend probleem bestaat inzake de controle van een installatie, zal het inbouwbedrijf kunnen gecertificeerd worden binnen de INCERT procedure.

Wie gedurende de overgangsperiode zowel beschikt over de mogelijkheid om nog attesten af te leveren voor Assuralia erkende producten als voor INCERT erkende producten, moet er op letten dat de aflevering van die attesten en certificaten niet door elkaar gebruikt worden. Assuralia/ANPI attesten mogen enkel producten vermelden die als erkend vermeld staan op de lijst van Assuralia. De certificaten INCERT mogen enkel worden afgeleverd bij het installeren van INCERT erkende producten. Hierop bestaat één uitzondering wanneer een Assuralia systeem overgebouwd wordt van een voertuig naar een andere en een nieuw certificaat moet worden afgeleverd. Indien de installateur geen Assuralia/ANPI attesten meer beschikt dan mag hij uitzonderlijk een INCERT certificaat afleveren niettegenstaande het om een Assuralia erkend product gaat. In dat geval dient het inbouwbedrijf in rubriek “opmerkingen” duidelijk te vermelden dat het om een overbouw gaat.

Erkenningen aan inbouwbedrijven worden gegeven per bedrijf, en niet per installateur die in het bedrijf werkt.

Indien de Assuralia erkende installateur nog in het bezit is van boekjes met attesten die hij bij ANPI heeft aangekocht en deze niet meer zal kunnen gebruiken (omwille van volledige overstap naar INCERT of ingevolge het feit dat er geen Assuralia erkende producten meer zijn) dan kan hij hierover contact nemen met de certificatie-instelling. Voor informatie over de tarieven dient de certificeringinstellingen te worden geraadpleegd.

11.3. Inzake erkende Meldkamers

Hiervoor wordt verwezen naar de informatie die men terugvindt onder de rubriek “sector Meldkamers”.

Door deze website te gebruiken stemt u in met het gebruik van cookies overeenkomstig ons privacybeleid.